Spring naar inhoud

Financiën

Financiën

We zorgen voor goede en betaalbare huurwoningen voor mensen met een lager inkomen. Dit kan alleen als we financieel gezond zijn en weloverwogen keuzes maken. Zo verduurzamen we onze woningen stap voor stap, zodat bewoners comfortabeler kunnen wonen en we onze organisatie beheersbaar houden. Tegelijk blijven we alert op ontwikkelingen die onze werkzaamheden in de toekomst kunnen beïnvloeden. Zo kunnen we tijdig inspelen op veranderingen.

5.1 Risicomanagement

Een financieel gezonde organisatie begint met het kennen en beheersen van risico’s. Ons risicomanagement werkt in 3 stappen:

  1. Inventariseren. Welke risico’s zijn er?
  2. Analyseren. Hoe groot is de kans dat een risico gebeurt en wat zijn de gevolgen?
  3. Besluiten. Moeten we de risico’s beheersen of accepteren we ze?

Alle medewerkers samen vormen de eerste lijn voor het beheersen van risico’s. Binnen elke afdeling en binnen elk team bespreken we de risico’s, zodat iedereen weet welke risico’s er zijn en wat ieders rol is. De managers zijn verantwoordelijk. De tweede lijn is de financieel adviseur Administratieve Organisatie en Interne Controle. Deze adviseur controleert via steekproeven waar risico’s kunnen zitten en geeft advies aan managers en medewerkers. De derde lijn is de business controller. Deze controleert het proces met onafhankelijke audits en geeft advies voor verbetering als het nodig is.

Audits

In 2025 voerde de business controller 2 audits uit. Het managementteam besprak de uitgevoerde audits en maakte afspraken over verbeteringen. De business controller besprak de audits met de voorzitter van de Raad van Commissarissen tijdens het werkoverleg. Alle audits bespraken we 1 keer per jaar in de vergadering van de AC en RvC.

Bedrijfsrisico's

In onze bedrijfsvoering zijn 3 soorten risico's. Voor elk risico hebben we maatregelen genomen. 

  1. Externe risico's. Elk jaar bekijken we de ontwikkelingen om ons heen die invloed op ons werk kunnen hebben. We kijken hoe snel de eventuele risico’s veranderen en hoe waarschijnlijk het is dat ze een risico vormen. De belangrijkste risico’s zetten we bovenaan.
  2. Strategische risico's. We bepalen de strategische risico's op basis van de uitdagingen waar we voor staan. Dit zijn risico's die we kunnen beïnvloeden. Het managementteam bespreekt deze risico's in de perioderapportage. Elk strategisch risico heeft een risico-eigenaar die de ontwikkelingen volgt en aanspreekpunt is.
  3. Te minimaliseren risico's. De afdelingen beheersen de risico's die horen bij hun activiteiten en processen. De adviseur Administratieve Organisatie en Interne Controle houdt dit in de gaten.

In 2025 zijn we gestart met het beter vastleggen van risico’s in onze systemen. Zo sluiten we beter aan bij de speerpunten uit ons koersplan. Dit helpt ook om fouten te voorkomen. We besteedden veel aandacht aan het proces van woningtoewijzing. Hierdoor maken we bij het toewijzen van woningen bijna geen fouten meer.

Externe risico's

Om ons heen gebeuren veel dingen waar we niet direct invloed op hebben. Zo vragen de gevolgen van netcongestie en procedures voor bezwaarschriften steeds meer onze aandacht. Datzelfde geldt voor het aansluiten van drinkwater bij nieuwbouw. Deze ontwikkelingen houden we scherp in de gaten. Ook politieke ontwikkelingen kunnen een risico vormen. Zo nam het kabinet zich in het voorjaar van 2025 onverwachts voor om de huren te bevriezen. Dit gaf ons veel extra werk, maar daar gingen we goed mee om. Per 1 september verhoogden we de huren alsnog omdat de bevriezing niet doorging. De inkomstenderving maakte dat we minder konden investeren, maar we hoefden geen projecten stil te leggen of te schrappen.

We beseffen dat we elke euro maar 1 keer kunnen uitgeven

Strategische risico’s

Strategische risico’s bepalen of een corporatie haar doelen op lange termijn kan halen. Ons managementteam sprak hierover met de RvC.

  1. Betaalbaarheid. Het risico dat onze woningen te duur zijn voor onze huurders en/of dat we dit niet op tijd merken.
  2. Compliance. Het risico dat we niet voldoen aan wetten, regels en interne afspraken.
  3. Cybersecurity. Het risico dat cyberaanvallen schade veroorzaken. Dit kan de betrouwbaarheid, beschikbaarheid en veiligheid van onze ICT aantasten.
  4. Data. Het risico dat onze data van onvoldoende kwaliteit zijn. Dit kan negatieve gevolgen hebben voor onze doelen, ons imago en onze rapportages.
  5. Financiering. Het risico dat we niet op tijd geld kunnen lenen of (her)financieren.
  6. Leefbaarheid. Het risico dat de leefbaarheid in onze woningen en wijken slechter wordt.
  7. Markt. Het risico dat marktontwikkelingen voor ons nadelen hebben of krijgen (de verhuurmarkt valt onder portefeuillerisico).
  8. Personeelsrisico. Het risico dat we niet genoeg of niet de juiste medewerkers hebben.
  9. Politieke onvoorspelbaarheid. Het risico dat politieke beslissingen onze doelen en financiële positie benadelen.
  10. Portefeuille: Het risico dat ons aanbod van woningen en diensten niet past bij de vraag.
  11. Proces. Het risico dat onze processen niet goed of slim werken en/of dat we ze niet goed beheersen.
  12. Organisatiecultuur. Het risico dat de houding en het gedrag van onze leidinggevenden en medewerkers niet leidt tot resultaten die we willen.
  13. Stakeholders en partners. Het risico dat onze stakeholders en partners onze strategie en doelen niet steunen of niet genoeg bijdragen (gemeenten vallen onder politieke onvoorspelbaarheid).
  14. Veiligheid. Het risico dat huurders en medewerkers te maken krijgen met gebeurtenissen die hun veiligheid in gevaar brengen of die ontstaan door veranderingen in het klimaat.

Fiscale commissie

In de fiscale commissie werken medewerkers met financiële kennis en een medewerker met kennis van vastgoedbeheer. Ook fiscalisten van PricewaterhouseCoopers, Deeladvies en Quantax brengen hun kennis en ervaring met belastingzaken in. De fiscale commissie helpt ons om overzicht en de interne controle te houden op fiscale risico's. Daarnaast verzamelt en deelt de zij fiscale kennis. Verder zorgt de commissie voor de fiscale planning en activiteiten die daarbij horen. De commissie komt 4 tot 5 keer per jaar bij elkaar. Ook is er een aparte commissie voor risico's rond loonbelasting. Daarin vergadert een fiscalist mee, een specialist van Public. Mede door de landelijke verkiezingen waren er in 2025 nauwelijks ontwikkelingen van zaken die met belastingen te maken hebben.

Integriteit

We verwachten dat iedereen eerlijk handelt volgens ons integriteitsbeleid. Fraude door huurders, medewerkers of partners accepteren we niet. Bij aanwijzingen van fraude komen we altijd in actie.

Frauderisico’s herkennen

Frauderisicobeheersing is onderdeel van onze processen. Wij bespraken het interne controleplan in de vergadering met de Audit Commissie (AC) en de Raad van Commissarissen. In dit plan staan maatregelen om frauderisico’s te beheersen.

Frauderisico’s en maatregelen

  1. Aanbestedingsrisico. Het risico dat we aanbestedingsprocedures niet volgen voor eigen of andermans gewin. Een voorbeeld is als aannemers onderling werk verdelen. Ons aanbestedingsbeleid voorkomt dit. Elke aanbesteding toetsen wij hieraan. Ook hebben wij een investeringsbeleid met duidelijke stappen, waarbij elke stap een besluit vereist.
  2. Fiscale fraude. Het risico dat we met opzet verkeerde belastingaangiftes doen, bijvoorbeeld door bewust verkeerde bedragen in te vullen voor overdrachtsbelasting, omzetbelasting of winstbelasting. Interne procedures en managementcontroles voorkomen dit.
  3. Fraude door malafide inlening en onderaanneming. Het risico dat we personeel inhuren van andere werkgevers zonder belastingen of premies af te dragen. Wij huren alleen personeel in via gerenommeerde detacheringsbureaus.
  4. Gedragscode integriteit. Wij hebben een gedragscode integriteit. Deze bevat de huisregels en gedragsafspraken voor buiten onze organisatie. De code beschrijft ook de interne en externe communicatie en maatregelen bij het niet naleven van de code.
  5. Huurprijsrisico. Het risico dat vastgoed tegen een te lage of hoge prijs wordt verhuurd voor persoonlijk gewin. In ons systeem ligt de nieuwe huurprijs bij mutatie vast. Alleen personen met autorisatie mogen dit aanpassen. Wij overleggen met onze ERP-leverancier om meer automatische controles in te richten.
  6. Risico fictieve werkzaamheden. Het risico dat management of medewerkers zelf bedachte onderhouds- of schadekosten verantwoorden voor persoonlijk gewin. Onze interne procedures en managementcontroles voorkomen dit.
  7. Risico’s cybersecurity en cloud computing. Wij kunnen te maken krijgen met fraude en chantage via phishing mails, virussen of hackers. Huurders hebben toegang tot ons systeem via een huurdersportaal. Hun toegang is beperkt tot de eigen gegevens en beveiligd met wachtwoorden. Onze maatregelen richten zich op het verkleinen van deze risico’s.
  8. Toewijzingsrisico. Het risico dat we woningen toewijzen aan mensen die niet in aanmerking komen voor persoonlijke bevoordeling. De afdeling Wonen wijst woningen toe en is hier transparant over. Het proces van woningtoewijzing is onderdeel van ons controleplan.
  9. Transactierisico. Het risico dat we vastgoed bewust tegen een te hoge prijs kopen of te lage prijs verkopen. Bijvoorbeeld door het te ruilen voor steekpenningen, transacties voor witwaspraktijken of ander persoonlijk gewin. Om dit te voorkomen hebben wij verschillende controles op verkopen en aankopen.
  10. Transactierisico met privé-gelieerde entiteiten. Dit is het risico dat we vastgoedbeheer of -inkoop uitbesteden aan bedrijven of organisaties die een persoonlijke of privérelatie hebben met iemand binnen de organisatie. Bijvoorbeeld tegen een te hoge prijs om voordeel te behalen voor management of medewerkers. Onze interne procedures en managementcontroles voorkomen dit.
  11. Verslaggevingsfraude. Het risico dat we financiële informatie verkeerd weergeven om gebruikers te misleiden. Dit kan voor zakelijk voordeel zijn, zoals bonussen of belastingontduiking. Er is bij ons geen aanleiding voor verslaggevingsfraude omdat er geen persoonlijk gewin is bij hogere winst. Interne en externe controles signaleren dit.
  12. Waarderingsrisico. Het risico waarbij we taxaties of waardeberekeningen bewerken om hogere huur- of verkoopopbrengsten te krijgen.

Soft controls

In 2024 en 2025 richtten we ons meer op soft controls om fraude te voorkomen. Soft controls zijn de niet-tastbare factoren die invloed hebben op het gedrag van onze medewerkers en vertegenwoordigers. Leidinggevenden geven het goede voorbeeld. Wij moedigen onze medewerkers en ingehuurde krachten aan om risico’s te bespreken. Dit kan met elkaar, de leidinggevende of de vertrouwenspersoon. Het integriteitsbeleid helpt hierbij. We hebben duidelijke procedures voor het melden van misstanden of het indienen van een klacht bij de externe klachtencommissie. En we zorgen voor meerdere, makkelijke manieren om aanwijzingen van mogelijke fraude te melden.

Inkoop- en aanbestedingsbeleid

In dit beleid besteden we veel aandacht aan integriteit. We hebben richtlijnen voor een formeel aanbestedingstraject en een vrijblijvende offerteprocedure. We maken onderscheid tussen inkopen en aanbesteden van werken. Daarnaast houden wij de principes van resultaatgericht samenwerken aan, waardoor we bij specifieke RGS-partners mogen inkopen.

Integriteitsbeleid

Wij hebben een integriteitsbeleid. Hierin staat welk gedrag wij verwachten van onze medewerkers en vertegenwoordigers. Het integriteitsbeleid behandelt het gebruik van bedrijfsmiddelen, zoals mobiele telefoons en tablets. Bij indiensttreding ondertekent de medewerker een integriteitsverklaring. Hiermee bevestigt de medewerker dat hij het integriteitsbeleid kent en ernaar zal handelen.

Voor misstanden verwijzen we naar de vertrouwenspersoon, de externe klachtencommissie en de meldprocedure voor misstanden. Verder hebben wij beleid voor ongewenst gedrag, liefdesrelaties op de werkvloer, alcohol-, drugs- en medicijngebruik, en de regeling Melden vermoeden misstand of onregelmatigheid (voorheen klokkenluidersregeling). De regels zijn niet vrijblijvend. Bij het overtreden van de regels kunnen wij maatregelen opleggen. In ons sanctiebeleid staat hoe dit werkt. Meldingen van misstanden handelen we af volgens de procedure die in het integriteitsbeleid staat.

Investeringsstatuut

Dit statuut geeft regels voor het doen van investeringen. Hierin staan bijvoorbeeld de rendementseisen waaraan investeringsvoorstellen moeten voldoen.

Procuratieregeling

De regeling behandelt de hoogte, controle en ondertekening van betalingsopdrachten. Onderdeel ervan is bijvoorbeeld het vier-ogen-principe bij het verstrekken van opdrachten en het goedkeuren van facturen. Ook gaat het over de hoogte, controle en ondertekening van betalingsopdrachten. Op vaste momenten beoordelen we de regeling opnieuw en passen we haar aan waar nodig. In 2025 hebben we de regeling ingevoerd in onze organisatie en bijvoorbeeld onze digitale ondertekeningstool ValidSign erop ingericht.

Reglement RvC

In het reglement voor de RvC staan regels over de onafhankelijkheid van de RvC-leden, nevenfuncties en tegenstrijdig belang. Ook staan er regels in over de informatievoorziening en hoe te handelen als een RvC-lid informatie of signalen krijgt van een andere bron dan de directeur-bestuurder of de RvC.

Reglement Bestuur

In het Reglement Bestuur staan regels om belangenverstrengeling te voorkomen en regels voor wanneer binnen het bestuur een (mogelijk) tegenstrijdig belang voorkomt.

Treasurystatuut

In het treasurystatuut staan regels voor het aantrekken van leningen. Hierin staat bijvoorbeeld dat we minimaal 3 offertes moeten opvragen en welke kwaliteitsnorm (rating) de financier moet hebben.

5.2 Treasurybeleid

Treasury gaat over het beheren van geld, zoals inkomsten, uitgaven, leningen en investeringen. In ons treasurybeleid staan onze doelen, hoe we die realiseren en welke regels en grenzen er zijn. Daarbij verdelen we de taken voor uitvoering, goedkeuring en administratie. Zo voeren we de treasury-activiteiten op een juiste en verantwoorde manier uit. Met goede informatie kunnen we deze activiteiten goed controleren.

5.3 Financieel beleid

Betaalbare sociale huurwoningen bieden vraagt om een gezonde financiële situatie. Wij vragen een lagere huur dan wij zouden mogen vragen. Dat doen wij omdat wij er als sociale verhuurder zijn voor mensen met een laag inkomen. Hierdoor missen we inkomsten die bijvoorbeeld commerciële huurders wel hebben.

Maatschappelijke prijs

Volgens het woningwaarderingstelsel bepaalt de maximale huurprijs de marktwaarde. De lagere huurprijs bepaalt de beleidswaarde. Het verschil tussen marktwaarde en beleidswaarde is de maatschappelijke prijs.

We zouden voor onze woningen € 70,1 miljoen aan huur kunnen vragen. Maar dat doen we niet omdat we een sociale verhuurder zijn, voor mensen met een kleine portemonnee. Het betekent wel dat we dit geld dus niet binnenkrijgen. Met wat we wel binnenkrijgen, moeten we alles doen. In 2025 vroegen we € 40,2 miljoen huur. De maatschappelijke prijs is dus ruim € 29,9 miljoen per jaar. Verder investeerden we in 2025 ongeveer € 0,8 miljoen in leefbaarheid.

5.4 Waarde woningbezit op papier

Elk jaar weer bepalen we hoeveel ons vastgoed waard is. Daar hebben we vaste regels voor. De waarde hangt sterk af van de woningmarkt. Dalen de prijzen, dan daalt ook de waarde van het vastgoed. Dit heeft direct invloed op de balans en het eigen vermogen. Bij stijgende prijzen gebeurt het omgekeerde. Deze veranderingen zijn vooral op papier omdat wij de woningen gewoon blijven verhuren.

Voor het berekenen van onze woningwaarde gebruiken wij de basisversie van het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde. Dit is de theoretische waarde op papier, zoals ook in onze jaarrekening staat. Op 31 december 2025 hebben we € 480 miljoen aan ongerealiseerde herwaarderingen in ons eigen vermogen. Dit komt omdat we de waarde van ons vastgoed bepalen op basis van hoeveel het waard is terwijl het wordt verhuurd. In 2024 was dit € 452 miljoen. Of we dit bedrag echt krijgen, hangt sterk af van ons beleid. Daarnaast zijn er wetten en maatschappelijke ontwikkelingen, zoals demografie en de vraag naar sociale huurwoningen. Daardoor kunnen we niet zomaar verkopen of de huur verhogen.

In 2025 is de beleidswaarde van ons woningbezit € 508 miljoen (2024: € 488 miljoen). De beleidswaarde is ten opzichte van 2025 met name gestegen door een aanpassing van de disconteringsvoet voor de beleidswaarde vanuit het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde. De marktwaarde is € 842 miljoen. Dit betekent dat € 334 miljoen van ons eigen vermogen niet of pas op lange termijn beschikbaar is.

5.5 Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW)

Het WSW staat garant voor de leningen van alle corporaties in Nederland. Elk jaar stelt het WSW voor elke corporatie het borgingsplafond vast. Dit is het maximale bedrag aan leningen dat een woningcorporatie aan het eind van een jaar mag hebben. Dit zijn geborgde leningen voor het DAEB-bezit. DAEB is de afkorting van Diensten van Algemeen Economisch Belang. Het gaat hierbij om vastgoed dat we gebruiken voor het verhuren van sociale huurwoningen, niet voor commerciële activiteiten.

Omdat we veel investeren in verduurzaming en nieuwbouw, sloten we in 2025 voor 3 miljoen euro aan leningen af. Het WSW beoordeelde ons en waardeerde ons als een corporatie met een laag risicoprofiel (2 februari 2026). In juli 2025 stelde het WSW het borgingsplafond voor 2025 vast op € 125.444.000. Dit was voldoende om onze plannen uit te voeren.

Bedragen x € 1.000

  2025 2026 2027
Borgingsplafond 125.444 166.952 218.325

5.6 Verenigingen van eigenaren (VVE)

Wij doen de administratie en het technische beheer voor 14 VVE's. We zijn daar bestuur en/of administrateur. Voor ons eigen deel in de VVE’s storten we elk jaar geld in de reservefondsen voor (groot) onderhoud. 

5.7 Financiën 2025 en verder

Voldoende betaalbare woningen

We volgen de Nationale Prestatieafspraken (NPA) voor meer sociale huurwoningen. Deze afspraken gaan over verduurzaming en betaalbaar wonen voor lagere inkomens. Het Rijk vertaalde deze afspraken naar regionale afspraken, de regiodeals. We namen de regiodeals op in de begroting 2026-2030. Zo sluit onze begroting aan op woondeals met gemeenten.

Duurzaamheid

EP2 geeft het primair fossiel energiegebruik per jaar aan. Het gaat om het aantal kWh (kilowattuur) per vierkante meter gebruiksoppervlak. EP2 is één van de 3 energieprestatie-indicatoren voor gebouwen. Deze meten hoe energiezuinig een gebouw is volgens de BENG-eisen (Bijna EnergieNeutrale Gebouwen). EP2 meet het energiegebruik voor verwarming, koeling, warm water en ventilatie. Met deze meetmethode verwachten we in 2027-2028 gemiddeld energielabel A te halen. Dat komt overeen met een EP2 van 157 kWh (speerpunt 5 Ecologische duurzaamheid).

Vervanging woningen

In plaats van tot 2030 kijken we vooruit tot 2040 in onze plannen voor het vervangen van huurwoningen. We maken onze plannen op basis van de staat van onze woningen. We kijken ook naar kansen om woningen te verduurzamen. De regiodeals en woononderzoeken bepalen onze wensen voor nieuwe woningen. 

We bouwen ook woningen zonder eerst te slopen. Deze groei volgt afspraken met gemeenten in de regiodeals en woningmarktonderzoeken. Met gemeenten en collega-corporaties voeren we deze onderzoeken elke 3 jaar uit (speerpunt 1 Kleiner bouwen en speerpunt 7 Wonen nabij zorg). 

Leningen

Onze grote opgaven kunnen we niet alleen met huurinkomsten en verkoop van woningen betalen. Daarom lenen we geld. We verwachten de komende jaren meer leningen nodig te hebben. Dit geldt ook voor de lening per verhuureenheid (vhe).

Verwachte ontwikkeling leningenpakket (bedragen x € 1.000)

Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:

  Leningportefeuille
2025 99.243
2026 149.577
2027 198.947
2028 232.103
2029 260.855
2030 287.189

Verwachte ontwikkeling leningen per vhe (bedragen x € 1.000)

Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:

  Leningen per vhe
2025 17.308
2026 25.968
2027 33.737
2028 38.774
2029 43.188
2030 47.352

We verwachten dat het eigen vermogen per vhe de komende jaren daalt door de vele investeringen in nieuwbouw en verduurzaming. De schuld per verhuureenheid (vhe) stijgt de komende jaren door investeringen en nieuwbouw (mede) vanwege de NPA.

Verwachte ontwikkeling vermogen en schuldpositie (bedragen x € 1.000)

Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:

  Vermogen per vhe Schuld per vhe
2025 133.193 17.308
2026 131.691 25.968
2027 126.191 33.737
2028 123.230 38.774
2029 122.676 43.188
2030 123.020 47.352

We verwachten dat de rentelasten per verhuureenheid de komende jaren toenemen. Dit omdat we meer lenen voor verduurzamen en nieuwbouw, en voor deze leningen meer rente gaan betalen (rentepercentage stijgt).

Verwachte ontwikkeling lening en rentelast per vhe (bedragen x € 1.000)

Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:

  Lening per vhe Rentelast per vhe
2025 17.308 405
2026 25.968 550
2027 33.737 849
2028 38.774 1.099
2029 43.188 1.295
2030 47.352 1.471

Uitleg van de financiële ratio’s

Ratio’s zijn kengetallen die ons vertellen hoe financieel gezond we zijn. De Aw en het WSW passen financiële ratio’s toe wanneer ze ons beoordelen. Bij het bepalen van de ratio’s kijkt het WSW altijd 5 jaar vooruit op basis van onze verwachtingen. 

Voor zover we nu weten, blijven de ratio's tot en met 2030 binnen de normen van de Aw, WSW en onze eigen normen.

Normen Aw en WSW in 2025

  DAEB Niet-DAEB
Interest dekkingsratio > 1,4 > 1,8
Loan to value beleidswaarde < 70% < 75%
Dekkingsratio (loan to value marktwaarde) < 70% < 70%
Solvabiliteit beleidswaarde > 30% > 30%
Onderpandratio (WSW) < 70% n.v.t.

De bovenstaande figuren laten zien hoe onze leningen en schuldpositie zich ontwikkelen. De onderstaande figuren tonen hoe we het verloop van onze ratio's verwachten. We verwachten dat de ratio’s zich zullen ontwikkelen volgens de begroting (2026-2030). Uit deze prognoses blijkt dat we de komende jaren binnen de normen blijven.

Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:

  Viverion DAEB Niet-DAEB Interne norm AW: norm minimum
2025 4,01 3,93 0,00 1,60 1,40
2026 2,09 2,10 0,00 1,60 1,40
2027 1,83 1,80 0,00 1,60 1,40
2028 1,71 1,67 0,00 1,60 1,40
2029 1,72 1,68 0,00 1,60 1,40
2030 1,83 1,80 0,00 1,60 1,40

Interest dekkingsratio

De interest dekkingsratio laat zien of we met onze dagelijkse activiteiten genoeg geld verdienen om de rente op leningen te betalen. Het Aw/WSW stelt dat deze ratio voor het DAEB-bezit minimaal 1,4 moet zijn.

Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:

  Viverion DAEB Niet-DAEB Interne norm AW: norm maximum
2025 18% 19% 0% 70% 70%
2026 27% 27% 0% 70% 70%
2027 34% 35% 0% 70% 70%
2028 38% 39% 0% 70% 70%
2029 42% 42% 0% 70% 70%
2030 45% 45% 0% 70% 70%

Loan to value beleidswaarde

De loan to value laat zien of de capaciteit uit de vastgoedportefeuille op de lange termijn in een gezonde verhouding staat tot de schulden. Het Aw/WSW stelt dat deze ratio niet hoger mag zijn dan 70% (beleidswaarde).

Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:

  Viverion DAEB Niet-DAEB Interne norm AW: norm minimum
2025 80% 80% 75% 30% 30%
2026 72% 73% 74% 30% 30%
2027 65% 66% 74% 30% 30%
2028 60% 61% 74% 30% 30%
2029 57% 57% 74% 30% 30%
2030 54% 54% 74% 30% 30%

Solvabiliteit beleidswaarde

Solvabiliteit is het eigen vermogen gedeeld door het totale vermogen (beleidswaarde). Dit laat zien hoe sterk de corporatie financieel is in verhouding tot het totale vermogen. Het Aw/WSW stelt dat deze ratio voor het DAEB-bezit minimaal 30% moet zijn.