Spring naar inhoud

9 Toelichting op de balans per 31 december 2025

(Alle bedragen in tabellen zijn x € 1.000)

1. Vastgoedbeleggingen

1.1 Vastgoed in exploitatie

Een overzicht van de materiele vaste activa in exploitatie is hierna opgenomen:
DAEB vastgoed in exploitatie Niet-DAEB vastgoed in exploitatie
2025  2024  2025  2024 
         
Stand per 1 januari        
Aanschafwaarde 351.209  341.215  14.676  14.936 
Cumulatieve waardeveranderingen 438.972  395.350  -8.964  -9.183 
Boekwaarde 1 januari 790.181  736.565  5.712  5.753 
         
Mutaties in het boekjaar        
Overboeking vanuit vastgoed in ontwikkeling 5.568  332 
Overboeking naar vastgoed in ontwikkeling -2.512 
Investeringen - initiële verkrijging
Investeringen - uitgaven na eerste waardering 9.905  9.283  15  14 
Desinvesteringen verkoop -1.214  -927  -135 
Herclassificatie 412  -412 
Ontvangen subsidies -40  -150 
Overige waardeveranderingen -8.599  -8.125  -15  -14 
Mutatie voorziening onrendabele investeringen -1.306  -1.158 
Niet gerealiseerde waardeveranderingen 39.991  56.461  1.666  371 
44.305  53.616  1.531  -41 
     
Stand per 31 december        
Aanschafwaarde 368.268  351.209  14.473  14.676 
Cumulatieve waardeveranderingen 466.218  438.972  -7.230  -8.964 
Boekwaarde 31 december 834.486  790.181  7.243  5.712 
Per 31 december 2025 is de som van de in de vaste activa in exploitatie opgenomen herwaarderingen € 480.374.000. Deze heeft voor € 479.375.000 betrekking op het DAEB vastgoed en voor € 999.000 op het niet-DAEB vastgoed. Het verloop wordt in de toelichting op de balans onder de reserves nader toegelicht.
Marktwaarde

Zowel het DAEB als het niet-DAEB vastgoed in exploitatie is gewaardeerd tegen de marktwaarde in verhuurde staat die is bepaald op basis van het ‘Handboek modelmatig waarderen marktwaarde’ die als bijlage is opgenomen bij de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting (RTIV). Hierbij wordt op basis van de toekomstige kasstromen de marktwaarde middels de Discounted Cash Flow (DCF) .

Complexindeling

Een waarderingscomplex is een samenstel van verhuureenheden, dat in principe bestaat uit vergelijkbare verhuureenheden wat betreft type vastgoed, bouwperiode en locatie, en dat als één geheel aan een derde partij in verhuurde staat verkocht kan worden. Er bestaat geen minimum of maximum voor het aantal verhuureenheden in een waarderingscomplex.
Het kan voorkomen dat een waarderingscomplex bestaat uit zowel DAEB als niet-DAEB vastgoed. De waarderingscomplexen ten behoeve van de berekening van de marktwaarde zijn door middel van de volgende indeling bepaald.

Type Locatie (postcode) Bouwjaar
Eengezinswoning 7213 < 1900
Meergezinswoning 7241 1900 - 1910
Maatschappelijk onroerend goed 7242 1910 -1919
Bedrijfsonroerendgoed 7244 1920 - 1929
Zorgvastgoed (intramuraal) 7245 1930 - 1939
Parkeerplaats 7451 1940 - 1949
Garagebox 7461 1950 - 1959
  7462 1960 - 1969
  7463 1970 - 1979
  7471 1980 - 1989
  7475 1990 - 1999
  7478 2000 - 2009
  7491 2010 - 2019
  7495 2020 - 2025
  7496  
  7497  
Uitgangspunten

Bij het bepalen van de marktwaarde van de woningen en parkeerplaatsen en garageboxen is de basisversie van het waarderingshandboek gehanteerd. De variabelen in de berekening zijn conform het waarderingshandboek gehanteerd. Aangezien de basisversie van het waarderingshandboek is gehanteerd voor deze objecten, is de marktwaarde niet gebaseerd op een waardering door een onafhankelijke en ter zake deskundige taxateur.
Bij het bepalen van de marktwaarde van het maatschappelijk onroerend goed, bedrijfsonroerend goed en het zorgvastgoed is de full-versie van het waarderingshandboek gehanteerd.

Inschakeling taxateur full-versie

Voor het boekjaar 2017 is al het Bedrijfsmatig en maatschappelijk onroerend goed en Intramuraal zorgvastgoed in exploitatie volledig getaxeerd. Voor opvolgende jaren is jaarlijks voor minimaal 1/3 deel van de onroerende zaken opnieuw getaxeerd door een onafhankelijke en ter zake deskundige externe taxateur, ingeschreven bij het Nederlands Register Vastgoed Taxateurs (NRVT – www.nrvt.nl). Voor het overige 2/3 deel van de onroerende zaken in exploitatie is een markttechnische update uitgevoerd door de hiervoor genoemde taxateur. Dit betekent dat elk derde deel van de onroerende zaken in exploitatie minimaal eens per drie jaar opnieuw wordt getaxeerd zodat we voldoen aan de verplichting gesteld in het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde.
Het taxatierapport en het taxatiedossier waarin de waardering en de daarbij gehanteerde aanpassingen ten opzichte van de basisvariant zijn onderbouwd en vastgelegd, zijn in het bezit van Viverion en op aanvraag beschikbaar voor de Autoriteit woningcorporaties.

Verloopoverzicht marktwaarde
  DAEB vastgoed in exploitatie Niet-DAEB vastgoed in exploitatie
2025 2024 2025 2024
Marktwaarde 31 december 790.181  736.565  5.712  5.753 
         
Voorraadmutaties        
Verkoop/sloop -1.214  -3.440  -136 
Aankoop
Nieuwbouw 5.969  606 
Overige voorraadmutaties
Classificatiewijziging 412  -412 
Subtotaal voorraadmutaties 4.755  -2.422  -136  -412 
         
Methodische wijzigingen als gevolg van handboek en software        
Toevoeging middenhuur 398 
Overdrachtskosten 2.606 
Contracthuur € 0 zonder leegstand als leegstand geïnterpreteerd 114 
Subtotaal methodische wijzigingen 114  3.004 
         
Mutatie objectgegevens        
Oppervlakte, type en overige basisgegevens 2.554  31  -184 
Mutatiekans 3.535  -1.136  -17  -52 
Contracthuur en leegstand 15.955  16.304  78  118 
Maximaal redelijke huur 537  -33 
WOZ-waarde 15.935  16.380  44  60 
Contractgegevens BOG/MOG/ZOG -563  218  -67  304 
Complexdefinitie en verkooprestricties 832  -6.368 
Subtotaal mutatie objectgegevens 38.785  25.396  -144  430 
         
Parameteraanpassingen als gevolg van validatie handboek        
Markthuur na validatie 49  -3.607 
Disconteringsvoet na validatie 7.804  -26.546  21  -81 
Subtotaal parameteraanpassingen als gevolg van validatie handboek 7.853  -30.153  21  -81 
         
Parameteraanpassingen als gevolg van marktontwikkelingen        
Macro-economische parameters 647  1.908  -23  -31 
Sociale en vrije sector huurgrens 48 
Reguliere huurstijging -6.404  -1.638  16 
Markthuur 4.494  2.611  1.604  -27 
Historische leegwaardestijging 3.425  71.621  12  149 
Leegwaardestijging 10.599  22 
Splitsings- en verkoopkosten -135  -174  -6  -8 
Instandhoudings- en mutatieonderhoud -4.662  -2.752  -49  -69 
Beheerkosten -1.159  -1.559  -4  -5 
Belastingen en verzekeringen 12  -91  -2  -8 
Disconteringsvoet -13.626  -12.159  35 
Exit yield -393  -24  197  -2 
Subtotaal mutatie waarderingsparameters -7.202  57.791  1.790  18 
         
Marktwaarde 31 december 834.486  790.181  7.243  5.712 
Beleidswaarde
  2025 2024
Beleidswaarde DAEB 501.092  483.154 
Beleidswaarde niet-DAEB 6.628  5.220 
Totaal Beleidswaarde 507.720  488.374 

De marktwaarde stijgt in 2025 met € 45.836.000 en de beleidswaarde stijgt met € 19.346.000. De streefhuur is ingerekend op 68% van de maximale huur (2024: 68%). Dit komt uit op een gemiddelde streefhuur van € 684,68 (2024: € 657,92).
De norm onderhoud is €3.573 (2024 € 3.368) en de beheernorm is € 947 (2024: € 859).
De gemiddelde disconteringsvoet voor de beleidswaarde is 4,22% voor DAEB vastgoed (2024: 4,17%) en 4,76% voor Niet-DAEB vastgoed (2024: 4,7%).

Onderhoud beleidswaarde

De ingerekende onderhoudslasten bestaan uit de volgende elementen:

  • Reparatie- en klachtenonderhoud
  • Mutatieonderhoud
  • Contractonderhoud
  • Planmatig onderhoud

De in de meerjarenonderhoudsbegroting opgenomen geschatte lasten inzake reparatie-en klachtenonderhoud alsmede mutatie onderhoud zijn mede gebaseerd op ervaringscijfers vanuit het verleden welke worden geïndexeerd met de bouwkostenindex.
Het geschatte contractonderhoud is gebaseerd op aangegane respectievelijk naar verwachting af te sluiten onderhoudscontracten voor de betreffende installaties.

Het planmatige onderhoud is gebaseerd op de meerjarenonderhoudsbegroting (MJOB) van Viverion. De MJOB gaat uit van al die werkzaamheden die meerjarig (zowel de lange als korte onderhoudscycli) moeten worden uitgevoerd om een complex in zodanig technische en bouwkundige staat te houden dat er sprake is en blijft van minimaal een conditiescore 4.
De MJOB is gebaseerd op de bekende onderhoudsstaat van het bezit. Om de onderhoudsstaat actueel te houden verricht Viverion conditiemetingen. Viverion actualiseert deze jaarlijks.

De timing wanneer verschillende onderhoudscycli worden uitgevoerd, is gebaseerd op een schatting. Het daadwerkelijke jaar van uitvoering is niet exact voorspelbaar en afhankelijk van meerdere factoren. De impact van een individuele verschuiving in de tijd van planmatig onderhoud in de 60 jaar prognose is van geringe betekenis op de uitkomst van de beleidswaarde als geheel. Daarnaast zal een verschuiving op complexniveau gecompenseerd kunnen worden met een verschuiving bij een ander complex. De omvang van het planmatige onderhoud als geheel tendeert derhalve naar een ideaalcomplex. De exacte timing van uitgaven valt derhalve onder de aanwezige schattingsonzekerheid.

De MJOB heeft een horizon van 20 jaar. Voor de prognosejaren waar geen MJOB voor beschikbaar is heeft Viverion normen bepaald om de MJOB te verlengen tot de in te rekenen horizon van 60 jaar. Dit betekent dat in de eerste 20 jaar met de begrote kosten per complex per jaar wordt gerekend en vanaf 21 tot en met 60 jaar met een gemiddelde norm per complex.

EFG Labels beleidswaarde

Viverion heeft nog 279 eenheden waarop een EFG label van toepassing is. Voor deze complexen is geen correctie doorgevoerd op de MJOB aangezien het aantal dusdanig laag is dat opname van de normbedragen vanuit het Handboek modelmatig waarderen niet leidt tot een materieel andere schatting van de beleidswaarde.

Beheerlasten beleidswaarde

De beheerlastennorm is gebaseerd op de meerjarenbegroting met een beschouwingshorizon van 20 jaar.

Sensitiviteitsanalyse beleidswaarde
Voor de beleidswaarde 2025 is een sensitiviteitsanalyse uitgevoerd welke als volg inzichtelijk te maken is:
Parameter Mutatie t.o.v. uitgangspunt Effect op de beleidswaarde
Disconteringsvoet +0,5% (48.604)
Streefhuur per maand + € 25 +36.985
Lasten onderhoud en beheer per jaar + € 100 (21.478)
WOZ-waarde
  2025 2024
WOZ-waarde DAEB 1.298.676  1.253.172 
WOZ-waarde niet-DAEB 10.699  11.025 
Totaal WOZ-waarde 1.309.375  1.264.197 
Verzekering & zekerheden

De materiële vaste activa zijn verzekerd tegen aanschaf- c.q. voortbrengingskosten. Jaarlijks wordt de verzekerde waarde aangepast aan het indexcijfer voor nieuwbouwwoningen zoals dit door het CBS wordt berekend. De verzekerde som op basis van herbouwwaarde op balansdatum bedraagt € 793 miljoen. Het onroerend goed is nagenoeg in zijn geheel gefinancierd met rijksleningen of met kapitaalmarktleningen onder overheidsgarantie. Er zijn geen hypothecaire zekerheden afgegeven.

1.2 Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden

  2025 2024
Stand per 1 januari    
Cumulatieve verkrijgings- en vervaardigingsprijzen 1.969  2.110 
Cumulatieve herwaarderingen 2.572  2.277 
Boekwaarde 1 januari 4.541  4.387 
     
Mutaties in het boekjaar    
Investeringen
Desinvesteringen -141 
Herwaardering 263  295 
Totaal mutaties 263  154 
     
Stand per 31 december    
Verkrijgingsprijzen 1.969  1.969 
Herwaarderingen 2.835  2.572 
Boekwaarde 31 december 4.804  4.541 
De onroerden zaken verkocht onder voorwaarden heeft betrekking op 14 objecten (2024: 14 objecten).

1.3 Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie

  2025 2024
Stand per 1 januari    
Cumulatieve verkrijgings- en vervaardigingsprijzen 9.712  2.978 
Cumulatieve herwaarderingen
Cumulatieve waardeverminderingen
Verantwoord onder de voorziening ORT -4.281  -2.795 
Boekwaarde 1 januari 5.431  183 
     
Mutaties in het boekjaar    
Investeringen 5.753  7.534 
Overboeking van/naar grondposities -44 
Overboeking vanuit vastgoed in exploitatie 2.512 
Oplevering -7.733  -1.400 
Onrendabele investering oplevering 2.164  1.068 
Overige waardeveranderingen -1.868 
Mutatie verantwoord onder voorziening ORT -2.602  -2.554 
Totaal mutaties -2.418  5.248 
     
Stand per 31 december    
Verkrijgingsprijzen 7.732  9.712 
Herwaarderingen
Cumulatieve waardeverminderingen
Verantwoord onder de voorziening ORT -4.719  -4.281 
Boekwaarde 31 december 3.013  5.431 
Onder vastgoed in ontwikkeling zijn in 2025 de aanloopkosten en reeds gedane investeringen voor toekomstige nieuwbouwprojecten en reeds aangevangen nieuwbouwprojecten opgenomen. In 2025 is 1 project opgeleverd. Er is 1 nieuwbouwproject gestart in 2025 dat wordt afgerond in 2026.

2. Materiële vaste activa

2.1 Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie

  Bedrijfsgebouwen en terreinen Andere vaste bedrijfs-middelen Totaal 2025 Totaal 2024
Cumulatieve verkrijgings- en vervaardigingsprijzen 4.278  3.844  8.122  8.102 
Cumulatieve herwaarderingen
Cumulatieve waardeverminderingen en afschrijvingen -2.294  -3.602  -5.896  -5.759 
Boekwaarde 1 januari 1.984  242  2.226  2.343 
         
Mutaties in het boekjaar        
Investeringen 17  17  163 
Desinvesteringen -143 
Afschrijving desinvesteringen 116 
Afschrijving -171  -62  -233  -253 
Totaal mutaties -171  -45  -216  -117 
         
Stand per 31 december        
Verkrijgingsprijzen 4.278  3.861  8.139  8.122 
Cumulatieve waardeverminderingen en afschrijvingen -2.465  -3.664  -6.129  -5.896 
Boekwaarde 31 december 1.813  197  2.010  2.226 

3. Financiële vaste activa

3.1 Latente belastingvordering(en)

  2025 2024
Stand per 1 januari 1.122  1.267 
Mutatie -229  -145 
Stand per 31 december 893  1.122 
  • Het totale nominale verschil tussen commerciële en fiscale waardering van het vastgoed in exploitatie bedraagt € 104.239.000 waarbij de totale commerciële waardering hoger is.
  • Voor een aantal objecten is de fiscale waardering hoger dan de commerciële waardering waarbij tevens een afschrijvingspotentieel ontstaat. Hiervoor is een belastingvordering gewaardeerd voor € 882.000 (2024 € 1.110.000) met een nominale waarde van € 1.020.000 (2024: € 1.284.000).
  • Voor de generieke rente-aftrekbeperking (ATAD) is een belastingvordering gewaardeerd voor
    € nihil (2024: € nihil) met een nominale waarde in 2025 van € nihil.
  • Daarnaast is een latente belastingvordering opgenomen met betrekking tot de waardering van (dis)agio op lening van € 11.000 (2024: € 12.000) met een nominale waarde van € 12.000 (2024: € 13.000).
  • De latentie afschrijvingspotentieel, generieke rente-aftrekbeperking (ATAD) en (dis)agio op lening zijn gewaardeerd tegen de contante waarde waarbij rekening is gehouden met een disconteringsrente van 1,68% (2024: 1,67%).

4. Voorraden

4.1 Grondposities

  2025 2024
Voorraad grondposities per 1 januari 2.001  1.956 
Mutaties boekjaar    
Uitgaven ten behoeve van grondpositie 45 
Afwaardering grondpositie
Aankoop grondpositie 506 
Verkoop grondpositie -163 
Overboeking naar vastgoed in ontwikkeling eigen exploitatie
Totaal mutaties 343  45 
Voorraad grondposities per 31 december 2.344  2.001 
Het gaat hier om 5 posities met een totale oppervlakte van 7.588 m2. De posities zullen naar verwachting in de komende jaren verkocht worden of ingezet worden voor nieuwbouwprojecten.

5. Vorderingen

5.1 Huurdebiteuren

  2025 2024
Aantal maanden achterstand    
1 144  67 
2 31  16 
3 34  15 
4 en meer 568  299 
Totaal 777  397 
Af: voorziening wegens oninbaarheid -423  -242 
Stand per 31 december 354  155 
De huurachterstand ultimo boekjaar uitgedrukt in een percentage van de jaarhuur bedraagt 1,93% (2024: 1,04%).

5.2 Overige vorderingen

  2025 2024
Overige debiteuren 523  651 
Af: voorziening wegens oninbaarheid -319  -455 
  204  196 

5.3 Belastingen en premies sociale verzekeringen

  2025 2024
Vennootschapsbelasting 461  1.025 
  461  1.025 

5.4 Overlopende activa

  2025 2024
Vooruitbetaalde bedragen 623  637 
  623  637 

6. Liquide middelen

  2025 2024
Direct opvraagbaar:    
Bank rekening-courant 2.902  3.029 
  2.902  3.029 
De kredietlimiet in rekening-courant bij de ING Bank bedraagt € 2 miljoen.

De liquide middelen staan ter vrije beschikking.

7. Groepsvermogen

Eigen vermogen

  2025 2024
Stand per 1 januari 697.474  644.320 
Uit resultaatbestemming 31.450  53.154 
Stand per 31 december 728.924  697.474 

Herwaarderingsreserve

  Herwaarderingsreserve vastgoed in exploitatie DAEB Herwaarderingsreserve vastgoed in exploitatie niet-DAEB 2025 2024
Boekwaarde 1 januari 451.534  832  452.366  410.451 
Mutaties in het boekjaar        
Realisatie herwaardering -677  -677  -2.641 
Herwaardering 28.518  167  28.685  44.556 
         
Boekwaarde 31 december 479.375  999  480.374  452.366 
Per 31 december 2025 is de som van de in de vaste activa in exploitatie opgenomen herwaarderingen € 480.374.000. Deze heeft voor € 479.375.000 betrekking op het DAEB vastgoed en voor € 999.000 op het niet-DAEB vastgoed. De herwaarderingsreserve wordt bepaald op complexniveau op basis van het verschil in de boekwaarde van het vastgoed in exploitatie op basis van marktwaarde ten opzichte van de boekwaarde van het vastgoed in exploitatie op basis van historische kosten. Hierbij wordt er bij de bepaling van de boekwaarde op basis van historische kosten geen rekening gehouden met afschrijvingen en waardeverminderingen.

Overige reserve

  2025 2024
Boekwaarde 1 januari  191.954   294.170 
Mutaties in het boekjaar    
Resultaatbestemming vorig boekjaar 53.154  -60.301 
Herwaarderingsreserve: realisatie herwaardering 677  2.641 
Herwaarderingsreserve: ongerealiseerde mutatie -28.685  -44.556 
Boekwaarde 31 december 217.100  191.954 

Resultaat na belastingen van het boekjaar

  2025 2024
Boekwaarde 1 januari 53.154  -60.301 
Mutaties in het boekjaar    
Resultaatbestemming vorig boekjaar -53.154  60.301 
Resultaat boekjaar 31.450  53.154 
Boekwaarde 31 december 31.450  53.154 
Voorstel resultaatbestemming

Het voorstel voor een resultaatbestemming is om het positieve resultaat ter grootte van € 31,5 miljoen ten gunste van de overige reserves van de Stichting Viverion te brengen. De resultaatbestemming is vooruitlopend op en onder voorbehoud van de goedkeuring van de raad van commissarissen nog niet verwerkt in de jaarrekening over 2025.

In de statuten van Stichting Viverion is geen bepaling opgenomen met betrekking tot de bestemming van het resultaat.

8. Voorzieningen

8.1 Voorziening voor onrendabele investeringen en herstructureringen

  2025 2024
Stand per 1 januari 2.357  6.058 
Mutaties boekjaar    
Mutatie voorziening 9.251  11 
Onttrekking vanuit Vastgoed in Ontwikkeling -2.602  -2.554 
Onttrekking vanuit Vastgoed in Exploitatie -1.306  -1.158 
Stand per 31 december 7.700  2.357 
De voorziening voor onrendabele investeringen en herstructureringen heeft voor € 4,3 miljoen een looptijd korter dan 1 jaar. Voor een bedrag van € 3,4 miljoen ligt de looptijd tussen de 1 en 5 jaar.

8.2 Overige voorzieningen

  2025 2024
Jubilea    
Stand per 1 januari 74  64 
Mutatie voorziening Jubilea -2  10 
Stand per 31 december 72  74 
De voorziening jubilea heeft een overwegend langlopend karakter.

9. Langlopende schulden

  Stand per 31 december 2025 Aflossingsverplichting 2026 Resterende looptijd > 5 jaar
Schulden aan banken 110.343  5.571  84.647 
Verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden 3.868 
Overige schulden 3.313 
  117.524  5.571  84.647 
Aflossingsverplichtingen binnen 12 maanden na afloop van het boekjaar zoals hierboven toegelicht zijn opgenomen onder de schulden op korte termijn.

9.1 Schulden aan banken

  2025 2024
Stand per 1 januari (lang- en kortlopend) 103.140  98.959 
Bij: nieuwe leningen 15.000  11.500 
  118.140  110.459 
Af: aflossingen -7.735  -7.257 
Af: mutatie Vestia lening -62  -62 
Stand per 31 december (lang- en kortlopend) 110.343  103.140 
Waarvan opgenomen onder schulden op korte termijn 5.571  7.797 
Waarvan opgenomen onder schulden op lange termijn 104.772  95.343 
Deze vastrentende leningen hebben de volgende kenmerken:
  2025 2024
Gemiddelde rente 2,27% 2,25%
Gemiddelde looptijd 14,04 jaar 12,7 jaar
Contante waarde schuldrestant + lopende rente 108.620  101.342 
WSW-borging 107.454  100.047 
De marktwaarde van de leningen (excl. opgelopen rente) bedraagt per 31 december 2025 € 94.110.000 (2024: € 92.860.000). De markwaarde van de leningen is de waarde van de leningen, waarbij de toekomstige aflossingsverplichtingen contant gemaakt zijn tegen actuele rentetarieven.

9.2 Verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden

  2025 2024
Stand per 1 januari    
Terugkoopverplichting ontstaan bij overdracht 1.997  2.139 
Verminderingen/vermeerderingen na overdracht 1.696  1.499 
Schuld per 1 januari 3.693  3.638 
     
Mutaties    
Desinvestering -142 
Waardeverandering 175  197 
  175  55 
Stand per 31 december    
Terugkoopverplichting ontstaan bij overdracht 1.997  1.997 
Verminderingen/vermeerderingen na overdracht 1.871  1.696 
Schuld per 31 december 3.868  3.693 
De verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden heeft betrekking op 14 objecten (2024: 14 objecten).

9.3 Overige schulden

  2025 2024
Lening o/g 3.313  3.297 
  3.313  3.297 
De lening o/g betreft een vooruitbetaalde huur van in totaal € 2.935.111 in 2011. Voor 50 jaren is de jaarlijkse onttrekking berekend, waarbij rekening is gehouden met een jaarlijkse rentebijschrijving van 5,25% en een huurstijging van 2%. De jaarlijkse onttrekking is tevens de berekende huur voor de komende 50 jaar.

10. Kortlopende schulden

  2025 2024
Schulden aan banken 5.571  7.797 
Schulden aan leveranciers en handelskredieten 415  1.373 
Schulden ter zake van belastingen, premies van sociale verzekeringen en pensioenen 2.084  2.427 
Overlopende passiva 2.618  2.421 
  10.688  14.018 
Voor het in deze post opgenomen kortlopende deel van de schulden aan banken verwijzen wij naar de toelichting op de langlopende schulden.

Niet in de balans opgenomen rechten en verplichtingen

Obligo WSW

Met de ingang van het nieuwe WSW Reglement van Deelneming per 1 juli 2021 dient Viverion een obligolening aan te gaan. De obligolening is een faciliteit ter grootte van 2,6% van de geborgde leningenportefeuille ultimo voorgaand jaar. De hoofdsom wordt jaarlijks herzien. Per 31 december 2025 is de hoofdsom € 2.602.000 waarvan € nihil is getrokken. Het betreft een WSW geborgde lening, waar alleen op getrokken wordt op het moment dat het risicokapitaal van het WSW onvoldoende is.

Verplichtingen operationele leases

Ultimo boekjaar zijn de verplichtingen uit hoofde van operationele leases als volgt te specificeren:

  2025 2024
Binnen een jaar 55  67 
Tussen een jaar en vijf jaar 79  122 
Meer dan vijf jaar
Verplichtingen onderhoudscontracten

Viverion is voor 2026 voor ca. € 1.573.000 aan onderhoudscontracten aangegaan welke jaarlijks opzegbaar zijn.

Verplichtingen Projecten

Ultimo 2025 is er een verplichting voor 2026 van ca. € 4.364.000 aangegaan voor onderhoud- en verduurzamingsprojecten. Daarnaast is er een verplichting voor 2026 van ca. € 10.993.000 aangegaan voor de ontwikkeling van onroerende zaken bestemd voor exploitatie voor 3 projecten.

Volmacht WSW

Als onderpand voor de WSW geborgde leningen is in de dVi 2024 € 1.285 miljoen aan WOZ-waarde als onderpand ingezet. In 2013 is op verzoek van het WSW een volmacht afgegeven aan het WSW om hypotheekrecht te vestigen op het onderpand, in lijn met artikel 30 van het WSW reglement. Hierdoor kan het WSW bij eventueel niet-nakomen van betalingsverplichtingen door de corporatie direct hypotheekrecht vestigen zonder dat hiertoe vooraf formele bevestiging benodigd is van het bestuur en commissarissen.

Transacties verbonden partijen

Als verbonden partij worden aangemerkt alle rechtspersonen waarover overheersende zeggenschap, gezamenlijke zeggenschap of invloed van betekenis kan worden uitgeoefend. Ook de statutaire directieleden, andere sleutelfunctionarissen in het management, de Raad van Commissarissen en nauwe verwanten zijn verbonden partijen. De transacties met verbonden partijen hebben betrekking op intercompany leningen tussen de holding en haar dochtermaatschappijen en de hierop verschuldigde interest. Alle transacties met verbonden partijen geschieden op 'arms-length' basis. Nadere toelichting omtrent vorderingen op deelnemingen zijn te vinden in paragraaf 3 van de toelichting op de jaarrekening.

Gebeurtenissen na balansdatum

Tot en met de datum van opmaken op 19 juni 2026 van de jaarrekening 2025 hebben zich geen gebeurtenissen na balansdatum voorgedaan.