9
Toelichting op de balans per 31 december 2025
(Alle bedragen in tabellen zijn x € 1.000)
1. Vastgoedbeleggingen
1.1 Vastgoed in exploitatie
Een overzicht van de materiele vaste activa in exploitatie is hierna opgenomen:
| |
DAEB vastgoed in exploitatie |
Niet-DAEB vastgoed in exploitatie |
| |
2025 |
2024 |
2025 |
2024 |
| |
|
|
|
|
| Stand per 1 januari |
|
|
|
|
| Aanschafwaarde |
351.209 |
341.215 |
14.676 |
14.936 |
| Cumulatieve waardeveranderingen |
438.972 |
395.350 |
-8.964 |
-9.183 |
| Boekwaarde 1 januari |
790.181 |
736.565 |
5.712 |
5.753 |
| |
|
|
|
|
| Mutaties in het boekjaar |
|
|
|
|
| Overboeking vanuit vastgoed in ontwikkeling |
5.568 |
332 |
0 |
0 |
| Overboeking naar vastgoed in ontwikkeling |
0 |
-2.512 |
0 |
0 |
| Investeringen - initiële verkrijging |
0 |
0 |
0 |
0 |
| Investeringen - uitgaven na eerste waardering |
9.905 |
9.283 |
15 |
14 |
| Desinvesteringen verkoop |
-1.214 |
-927 |
-135 |
0 |
| Herclassificatie |
0 |
412 |
0 |
-412 |
| Ontvangen subsidies |
-40 |
-150 |
0 |
0 |
| Overige waardeveranderingen |
-8.599 |
-8.125 |
-15 |
-14 |
| Mutatie voorziening onrendabele investeringen |
-1.306 |
-1.158 |
0 |
0 |
| Niet gerealiseerde waardeveranderingen |
39.991 |
56.461 |
1.666 |
371 |
| |
44.305 |
53.616 |
1.531 |
-41 |
| |
|
|
|
|
| Stand per 31 december |
|
|
|
|
| Aanschafwaarde |
368.268 |
351.209 |
14.473 |
14.676 |
| Cumulatieve waardeveranderingen |
466.218 |
438.972 |
-7.230 |
-8.964 |
| Boekwaarde 31 december |
834.486 |
790.181 |
7.243 |
5.712 |
Per 31 december 2025 is de som van de in de vaste activa in exploitatie opgenomen herwaarderingen € 480.374.000. Deze heeft voor € 479.375.000 betrekking op het DAEB vastgoed en voor € 999.000 op het niet-DAEB vastgoed. Het verloop wordt in de toelichting op de balans onder de reserves nader toegelicht.
Marktwaarde
Zowel het DAEB als het niet-DAEB vastgoed in exploitatie is gewaardeerd tegen de marktwaarde in verhuurde staat die is bepaald op basis van het ‘Handboek modelmatig waarderen marktwaarde’ die als bijlage is opgenomen bij de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting (RTIV). Hierbij wordt op basis van de toekomstige kasstromen de marktwaarde middels de Discounted Cash Flow (DCF) .
Complexindeling
Een waarderingscomplex is een samenstel van verhuureenheden, dat in principe bestaat uit vergelijkbare verhuureenheden wat betreft type vastgoed, bouwperiode en locatie, en dat als één geheel aan een derde partij in verhuurde staat verkocht kan worden. Er bestaat geen minimum of maximum voor het aantal verhuureenheden in een waarderingscomplex.
Het kan voorkomen dat een waarderingscomplex bestaat uit zowel DAEB als niet-DAEB vastgoed. De waarderingscomplexen ten behoeve van de berekening van de marktwaarde zijn door middel van de volgende indeling bepaald.
| Type |
Locatie (postcode) |
Bouwjaar |
| Eengezinswoning |
7213 |
< 1900 |
| Meergezinswoning |
7241 |
1900 - 1910 |
| Maatschappelijk onroerend goed |
7242 |
1910 -1919 |
| Bedrijfsonroerendgoed |
7244 |
1920 - 1929 |
| Zorgvastgoed (intramuraal) |
7245 |
1930 - 1939 |
| Parkeerplaats |
7451 |
1940 - 1949 |
| Garagebox |
7461 |
1950 - 1959 |
| |
7462 |
1960 - 1969 |
| |
7463 |
1970 - 1979 |
| |
7471 |
1980 - 1989 |
| |
7475 |
1990 - 1999 |
| |
7478 |
2000 - 2009 |
| |
7491 |
2010 - 2019 |
| |
7495 |
2020 - 2025 |
| |
7496 |
|
| |
7497 |
|
Uitgangspunten
Bij het bepalen van de marktwaarde van de woningen en parkeerplaatsen en garageboxen is de basisversie van het waarderingshandboek gehanteerd. De variabelen in de berekening zijn conform het waarderingshandboek gehanteerd. Aangezien de basisversie van het waarderingshandboek is gehanteerd voor deze objecten, is de marktwaarde niet gebaseerd op een waardering door een onafhankelijke en ter zake deskundige taxateur.
Bij het bepalen van de marktwaarde van het maatschappelijk onroerend goed, bedrijfsonroerend goed en het zorgvastgoed is de full-versie van het waarderingshandboek gehanteerd.
Inschakeling taxateur full-versie
Voor het boekjaar 2017 is al het Bedrijfsmatig en maatschappelijk onroerend goed en Intramuraal zorgvastgoed in exploitatie volledig getaxeerd. Voor opvolgende jaren is jaarlijks voor minimaal 1/3 deel van de onroerende zaken opnieuw getaxeerd door een onafhankelijke en ter zake deskundige externe taxateur, ingeschreven bij het Nederlands Register Vastgoed Taxateurs (NRVT – www.nrvt.nl). Voor het overige 2/3 deel van de onroerende zaken in exploitatie is een markttechnische update uitgevoerd door de hiervoor genoemde taxateur. Dit betekent dat elk derde deel van de onroerende zaken in exploitatie minimaal eens per drie jaar opnieuw wordt getaxeerd zodat we voldoen aan de verplichting gesteld in het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde.
Het taxatierapport en het taxatiedossier waarin de waardering en de daarbij gehanteerde aanpassingen ten opzichte van de basisvariant zijn onderbouwd en vastgelegd, zijn in het bezit van Viverion en op aanvraag beschikbaar voor de Autoriteit woningcorporaties.
Verloopoverzicht marktwaarde
| |
DAEB vastgoed in exploitatie |
Niet-DAEB vastgoed in exploitatie |
| |
2025 |
2024 |
2025 |
2024 |
| Marktwaarde 31 december |
790.181 |
736.565 |
5.712 |
5.753 |
| |
|
|
|
|
| Voorraadmutaties |
|
|
|
|
| Verkoop/sloop |
-1.214 |
-3.440 |
-136 |
0 |
| Aankoop |
0 |
0 |
0 |
0 |
| Nieuwbouw |
5.969 |
606 |
0 |
0 |
| Overige voorraadmutaties |
0 |
0 |
0 |
0 |
| Classificatiewijziging |
0 |
412 |
0 |
-412 |
| Subtotaal voorraadmutaties |
4.755 |
-2.422 |
-136 |
-412 |
| |
|
|
|
|
| Methodische wijzigingen als gevolg van handboek en software |
|
|
|
|
| Toevoeging middenhuur |
0 |
398 |
0 |
0 |
| Overdrachtskosten |
0 |
2.606 |
0 |
4 |
| Contracthuur € 0 zonder leegstand als leegstand geïnterpreteerd |
114 |
0 |
0 |
0 |
| Subtotaal methodische wijzigingen |
114 |
3.004 |
0 |
4 |
| |
|
|
|
|
| Mutatie objectgegevens |
|
|
|
|
| Oppervlakte, type en overige basisgegevens |
2.554 |
31 |
-184 |
0 |
| Mutatiekans |
3.535 |
-1.136 |
-17 |
-52 |
| Contracthuur en leegstand |
15.955 |
16.304 |
78 |
118 |
| Maximaal redelijke huur |
537 |
-33 |
2 |
0 |
| WOZ-waarde |
15.935 |
16.380 |
44 |
60 |
| Contractgegevens BOG/MOG/ZOG |
-563 |
218 |
-67 |
304 |
| Complexdefinitie en verkooprestricties |
832 |
-6.368 |
0 |
0 |
| Subtotaal mutatie objectgegevens |
38.785 |
25.396 |
-144 |
430 |
| |
|
|
|
|
| Parameteraanpassingen als gevolg van validatie handboek |
|
|
|
|
| Markthuur na validatie |
49 |
-3.607 |
0 |
0 |
| Disconteringsvoet na validatie |
7.804 |
-26.546 |
21 |
-81 |
| Subtotaal parameteraanpassingen als gevolg van validatie handboek |
7.853 |
-30.153 |
21 |
-81 |
| |
|
|
|
|
| Parameteraanpassingen als gevolg van marktontwikkelingen |
|
|
|
|
| Macro-economische parameters |
647 |
1.908 |
-23 |
-31 |
| Sociale en vrije sector huurgrens |
0 |
48 |
0 |
0 |
| Reguliere huurstijging |
-6.404 |
-1.638 |
4 |
16 |
| Markthuur |
4.494 |
2.611 |
1.604 |
-27 |
| Historische leegwaardestijging |
3.425 |
71.621 |
12 |
149 |
| Leegwaardestijging |
10.599 |
0 |
22 |
0 |
| Splitsings- en verkoopkosten |
-135 |
-174 |
-6 |
-8 |
| Instandhoudings- en mutatieonderhoud |
-4.662 |
-2.752 |
-49 |
-69 |
| Beheerkosten |
-1.159 |
-1.559 |
-4 |
-5 |
| Belastingen en verzekeringen |
12 |
-91 |
-2 |
-8 |
| Disconteringsvoet |
-13.626 |
-12.159 |
35 |
3 |
| Exit yield |
-393 |
-24 |
197 |
-2 |
| Subtotaal mutatie waarderingsparameters |
-7.202 |
57.791 |
1.790 |
18 |
| |
|
|
|
|
| Marktwaarde 31 december |
834.486 |
790.181 |
7.243 |
5.712 |
Beleidswaarde
| |
2025 |
2024 |
| Beleidswaarde DAEB |
501.092 |
483.154 |
| Beleidswaarde niet-DAEB |
6.628 |
5.220 |
| Totaal Beleidswaarde |
507.720 |
488.374 |
De marktwaarde stijgt in 2025 met € 45.836.000 en de beleidswaarde stijgt met € 19.346.000. De streefhuur is ingerekend op 68% van de maximale huur (2024: 68%). Dit komt uit op een gemiddelde streefhuur van € 684,68 (2024: € 657,92).
De norm onderhoud is €3.573 (2024 € 3.368) en de beheernorm is € 947 (2024: € 859).
De gemiddelde disconteringsvoet voor de beleidswaarde is 4,22% voor DAEB vastgoed (2024: 4,17%) en 4,76% voor Niet-DAEB vastgoed (2024: 4,7%).
Onderhoud beleidswaarde
De ingerekende onderhoudslasten bestaan uit de volgende elementen:
- Reparatie- en klachtenonderhoud
- Mutatieonderhoud
- Contractonderhoud
- Planmatig onderhoud
De in de meerjarenonderhoudsbegroting opgenomen geschatte lasten inzake reparatie-en klachtenonderhoud alsmede mutatie onderhoud zijn mede gebaseerd op ervaringscijfers vanuit het verleden welke worden geïndexeerd met de bouwkostenindex.
Het geschatte contractonderhoud is gebaseerd op aangegane respectievelijk naar verwachting af te sluiten onderhoudscontracten voor de betreffende installaties.
Het planmatige onderhoud is gebaseerd op de meerjarenonderhoudsbegroting (MJOB) van Viverion. De MJOB gaat uit van al die werkzaamheden die meerjarig (zowel de lange als korte onderhoudscycli) moeten worden uitgevoerd om een complex in zodanig technische en bouwkundige staat te houden dat er sprake is en blijft van minimaal een conditiescore 4.
De MJOB is gebaseerd op de bekende onderhoudsstaat van het bezit. Om de onderhoudsstaat actueel te houden verricht Viverion conditiemetingen. Viverion actualiseert deze jaarlijks.
De timing wanneer verschillende onderhoudscycli worden uitgevoerd, is gebaseerd op een schatting. Het daadwerkelijke jaar van uitvoering is niet exact voorspelbaar en afhankelijk van meerdere factoren. De impact van een individuele verschuiving in de tijd van planmatig onderhoud in de 60 jaar prognose is van geringe betekenis op de uitkomst van de beleidswaarde als geheel. Daarnaast zal een verschuiving op complexniveau gecompenseerd kunnen worden met een verschuiving bij een ander complex. De omvang van het planmatige onderhoud als geheel tendeert derhalve naar een ideaalcomplex. De exacte timing van uitgaven valt derhalve onder de aanwezige schattingsonzekerheid.
De MJOB heeft een horizon van 20 jaar. Voor de prognosejaren waar geen MJOB voor beschikbaar is heeft Viverion normen bepaald om de MJOB te verlengen tot de in te rekenen horizon van 60 jaar. Dit betekent dat in de eerste 20 jaar met de begrote kosten per complex per jaar wordt gerekend en vanaf 21 tot en met 60 jaar met een gemiddelde norm per complex.
EFG Labels beleidswaarde
Viverion heeft nog 279 eenheden waarop een EFG label van toepassing is. Voor deze complexen is geen correctie doorgevoerd op de MJOB aangezien het aantal dusdanig laag is dat opname van de normbedragen vanuit het Handboek modelmatig waarderen niet leidt tot een materieel andere schatting van de beleidswaarde.
Beheerlasten beleidswaarde
De beheerlastennorm is gebaseerd op de meerjarenbegroting met een beschouwingshorizon van 20 jaar.
Sensitiviteitsanalyse beleidswaarde
Voor de beleidswaarde 2025 is een sensitiviteitsanalyse uitgevoerd welke als volg inzichtelijk te maken is:
| Parameter |
Mutatie t.o.v. uitgangspunt |
Effect op de beleidswaarde |
| Disconteringsvoet |
+0,5% |
(48.604) |
| Streefhuur per maand |
+ € 25 |
+36.985 |
| Lasten onderhoud en beheer per jaar |
+ € 100 |
(21.478) |
WOZ-waarde
| |
2025 |
2024 |
| WOZ-waarde DAEB |
1.298.676 |
1.253.172 |
| WOZ-waarde niet-DAEB |
10.699 |
11.025 |
| Totaal WOZ-waarde |
1.309.375 |
1.264.197 |
Verzekering & zekerheden
De materiële vaste activa zijn verzekerd tegen aanschaf- c.q. voortbrengingskosten. Jaarlijks wordt de verzekerde waarde aangepast aan het indexcijfer voor nieuwbouwwoningen zoals dit door het CBS wordt berekend. De verzekerde som op basis van herbouwwaarde op balansdatum bedraagt € 793 miljoen. Het onroerend goed is nagenoeg in zijn geheel gefinancierd met rijksleningen of met kapitaalmarktleningen onder overheidsgarantie. Er zijn geen hypothecaire zekerheden afgegeven.
1.2 Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden
| |
2025 |
2024 |
| Stand per 1 januari |
|
|
| Cumulatieve verkrijgings- en vervaardigingsprijzen |
1.969 |
2.110 |
| Cumulatieve herwaarderingen |
2.572 |
2.277 |
| Boekwaarde 1 januari |
4.541 |
4.387 |
| |
|
|
| Mutaties in het boekjaar |
|
|
| Investeringen |
0 |
0 |
| Desinvesteringen |
0 |
-141 |
| Herwaardering |
263 |
295 |
| Totaal mutaties |
263 |
154 |
| |
|
|
| Stand per 31 december |
|
|
| Verkrijgingsprijzen |
1.969 |
1.969 |
| Herwaarderingen |
2.835 |
2.572 |
| Boekwaarde 31 december |
4.804 |
4.541 |
De onroerden zaken verkocht onder voorwaarden heeft betrekking op 14 objecten (2024: 14 objecten).
1.3 Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie
| |
2025 |
2024 |
| Stand per 1 januari |
|
|
| Cumulatieve verkrijgings- en vervaardigingsprijzen |
9.712 |
2.978 |
| Cumulatieve herwaarderingen |
0 |
0 |
| Cumulatieve waardeverminderingen |
0 |
0 |
| Verantwoord onder de voorziening ORT |
-4.281 |
-2.795 |
| Boekwaarde 1 januari |
5.431 |
183 |
| |
|
|
| Mutaties in het boekjaar |
|
|
| Investeringen |
5.753 |
7.534 |
| Overboeking van/naar grondposities |
0 |
-44 |
| Overboeking vanuit vastgoed in exploitatie |
0 |
2.512 |
| Oplevering |
-7.733 |
-1.400 |
| Onrendabele investering oplevering |
2.164 |
1.068 |
| Overige waardeveranderingen |
0 |
-1.868 |
| Mutatie verantwoord onder voorziening ORT |
-2.602 |
-2.554 |
| Totaal mutaties |
-2.418 |
5.248 |
| |
|
|
| Stand per 31 december |
|
|
| Verkrijgingsprijzen |
7.732 |
9.712 |
| Herwaarderingen |
0 |
0 |
| Cumulatieve waardeverminderingen |
0 |
0 |
| Verantwoord onder de voorziening ORT |
-4.719 |
-4.281 |
| Boekwaarde 31 december |
3.013 |
5.431 |
Onder vastgoed in ontwikkeling zijn in 2025 de aanloopkosten en reeds gedane investeringen voor toekomstige nieuwbouwprojecten en reeds aangevangen nieuwbouwprojecten opgenomen. In 2025 is 1 project opgeleverd. Er is 1 nieuwbouwproject gestart in 2025 dat wordt afgerond in 2026.
2. Materiële vaste activa
2.1 Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie
| |
Bedrijfsgebouwen en terreinen |
Andere vaste bedrijfs-middelen |
Totaal 2025 |
Totaal 2024 |
| Cumulatieve verkrijgings- en vervaardigingsprijzen |
4.278 |
3.844 |
8.122 |
8.102 |
| Cumulatieve herwaarderingen |
0 |
0 |
0 |
0 |
| Cumulatieve waardeverminderingen en afschrijvingen |
-2.294 |
-3.602 |
-5.896 |
-5.759 |
| Boekwaarde 1 januari |
1.984 |
242 |
2.226 |
2.343 |
| |
|
|
|
|
| Mutaties in het boekjaar |
|
|
|
|
| Investeringen |
0 |
17 |
17 |
163 |
| Desinvesteringen |
0 |
0 |
0 |
-143 |
| Afschrijving desinvesteringen |
0 |
0 |
0 |
116 |
| Afschrijving |
-171 |
-62 |
-233 |
-253 |
| Totaal mutaties |
-171 |
-45 |
-216 |
-117 |
| |
|
|
|
|
| Stand per 31 december |
|
|
|
|
| Verkrijgingsprijzen |
4.278 |
3.861 |
8.139 |
8.122 |
| Cumulatieve waardeverminderingen en afschrijvingen |
-2.465 |
-3.664 |
-6.129 |
-5.896 |
| Boekwaarde 31 december |
1.813 |
197 |
2.010 |
2.226 |
3. Financiële vaste activa
3.1 Latente belastingvordering(en)
| |
2025 |
2024 |
| Stand per 1 januari |
1.122 |
1.267 |
| Mutatie |
-229 |
-145 |
| Stand per 31 december |
893 |
1.122 |
- Het totale nominale verschil tussen commerciële en fiscale waardering van het vastgoed in exploitatie bedraagt € 104.239.000 waarbij de totale commerciële waardering hoger is.
- Voor een aantal objecten is de fiscale waardering hoger dan de commerciële waardering waarbij tevens een afschrijvingspotentieel ontstaat. Hiervoor is een belastingvordering gewaardeerd voor € 882.000 (2024 € 1.110.000) met een nominale waarde van € 1.020.000 (2024: € 1.284.000).
- Voor de generieke rente-aftrekbeperking (ATAD) is een belastingvordering gewaardeerd voor
€ nihil (2024: € nihil) met een nominale waarde in 2025 van € nihil. - Daarnaast is een latente belastingvordering opgenomen met betrekking tot de waardering van (dis)agio op lening van € 11.000 (2024: € 12.000) met een nominale waarde van € 12.000 (2024: € 13.000).
- De latentie afschrijvingspotentieel, generieke rente-aftrekbeperking (ATAD) en (dis)agio op lening zijn gewaardeerd tegen de contante waarde waarbij rekening is gehouden met een disconteringsrente van 1,68% (2024: 1,67%).
4. Voorraden
4.1 Grondposities
| |
2025 |
2024 |
| Voorraad grondposities per 1 januari |
2.001 |
1.956 |
| Mutaties boekjaar |
|
|
| Uitgaven ten behoeve van grondpositie |
0 |
45 |
| Afwaardering grondpositie |
0 |
0 |
| Aankoop grondpositie |
506 |
0 |
| Verkoop grondpositie |
-163 |
0 |
| Overboeking naar vastgoed in ontwikkeling eigen exploitatie |
0 |
0 |
| Totaal mutaties |
343 |
45 |
| Voorraad grondposities per 31 december |
2.344 |
2.001 |
Het gaat hier om 5 posities met een totale oppervlakte van 7.588 m2. De posities zullen naar verwachting in de komende jaren verkocht worden of ingezet worden voor nieuwbouwprojecten.
5. Vorderingen
5.1 Huurdebiteuren
| |
2025 |
2024 |
| Aantal maanden achterstand |
|
|
| 1 |
144 |
67 |
| 2 |
31 |
16 |
| 3 |
34 |
15 |
| 4 en meer |
568 |
299 |
| Totaal |
777 |
397 |
| Af: voorziening wegens oninbaarheid |
-423 |
-242 |
| Stand per 31 december |
354 |
155 |
De huurachterstand ultimo boekjaar uitgedrukt in een percentage van de jaarhuur bedraagt 1,93% (2024: 1,04%).
5.2 Overige vorderingen
| |
2025 |
2024 |
| Overige debiteuren |
523 |
651 |
| Af: voorziening wegens oninbaarheid |
-319 |
-455 |
| |
204 |
196 |
5.3 Belastingen en premies sociale verzekeringen
| |
2025 |
2024 |
| Vennootschapsbelasting |
461 |
1.025 |
| |
461 |
1.025 |
5.4 Overlopende activa
| |
2025 |
2024 |
| Vooruitbetaalde bedragen |
623 |
637 |
| |
623 |
637 |
6. Liquide middelen
| |
2025 |
2024 |
| Direct opvraagbaar: |
|
|
| Bank rekening-courant |
2.902 |
3.029 |
| |
2.902 |
3.029 |
De kredietlimiet in rekening-courant bij de ING Bank bedraagt € 2 miljoen.
De liquide middelen staan ter vrije beschikking.
7. Groepsvermogen
Eigen vermogen
| |
2025 |
2024 |
| Stand per 1 januari |
697.474 |
644.320 |
| Uit resultaatbestemming |
31.450 |
53.154 |
| Stand per 31 december |
728.924 |
697.474 |
Herwaarderingsreserve
| |
Herwaarderingsreserve vastgoed in exploitatie DAEB |
Herwaarderingsreserve vastgoed in exploitatie niet-DAEB |
2025 |
2024 |
| Boekwaarde 1 januari |
451.534 |
832 |
452.366 |
410.451 |
| Mutaties in het boekjaar |
|
|
|
|
| Realisatie herwaardering |
-677 |
0 |
-677 |
-2.641 |
| Herwaardering |
28.518 |
167 |
28.685 |
44.556 |
| |
|
|
|
|
| Boekwaarde 31 december |
479.375 |
999 |
480.374 |
452.366 |
Per 31 december 2025 is de som van de in de vaste activa in exploitatie opgenomen herwaarderingen € 480.374.000. Deze heeft voor € 479.375.000 betrekking op het DAEB vastgoed en voor € 999.000 op het niet-DAEB vastgoed. De herwaarderingsreserve wordt bepaald op complexniveau op basis van het verschil in de boekwaarde van het vastgoed in exploitatie op basis van marktwaarde ten opzichte van de boekwaarde van het vastgoed in exploitatie op basis van historische kosten. Hierbij wordt er bij de bepaling van de boekwaarde op basis van historische kosten geen rekening gehouden met afschrijvingen en waardeverminderingen.
Overige reserve
| |
2025 |
2024 |
| Boekwaarde 1 januari |
191.954 |
294.170 |
| Mutaties in het boekjaar |
|
|
| Resultaatbestemming vorig boekjaar |
53.154 |
-60.301 |
| Herwaarderingsreserve: realisatie herwaardering |
677 |
2.641 |
| Herwaarderingsreserve: ongerealiseerde mutatie |
-28.685 |
-44.556 |
| Boekwaarde 31 december |
217.100 |
191.954 |
Resultaat na belastingen van het boekjaar
| |
2025 |
2024 |
| Boekwaarde 1 januari |
53.154 |
-60.301 |
| Mutaties in het boekjaar |
|
|
| Resultaatbestemming vorig boekjaar |
-53.154 |
60.301 |
| Resultaat boekjaar |
31.450 |
53.154 |
| Boekwaarde 31 december |
31.450 |
53.154 |
Voorstel resultaatbestemming
Het voorstel voor een resultaatbestemming is om het positieve resultaat ter grootte van € 31,5 miljoen ten gunste van de overige reserves van de Stichting Viverion te brengen. De resultaatbestemming is vooruitlopend op en onder voorbehoud van de goedkeuring van de raad van commissarissen nog niet verwerkt in de jaarrekening over 2025.
In de statuten van Stichting Viverion is geen bepaling opgenomen met betrekking tot de bestemming van het resultaat.
8. Voorzieningen
8.1 Voorziening voor onrendabele investeringen en herstructureringen
| |
2025 |
2024 |
| Stand per 1 januari |
2.357 |
6.058 |
| Mutaties boekjaar |
|
|
| Mutatie voorziening |
9.251 |
11 |
| Onttrekking vanuit Vastgoed in Ontwikkeling |
-2.602 |
-2.554 |
| Onttrekking vanuit Vastgoed in Exploitatie |
-1.306 |
-1.158 |
| Stand per 31 december |
7.700 |
2.357 |
De voorziening voor onrendabele investeringen en herstructureringen heeft voor € 4,3 miljoen een looptijd korter dan 1 jaar. Voor een bedrag van € 3,4 miljoen ligt de looptijd tussen de 1 en 5 jaar.
8.2 Overige voorzieningen
| |
2025 |
2024 |
| Jubilea |
|
|
| Stand per 1 januari |
74 |
64 |
| Mutatie voorziening Jubilea |
-2 |
10 |
| Stand per 31 december |
72 |
74 |
De voorziening jubilea heeft een overwegend langlopend karakter.
9. Langlopende schulden
| |
Stand per 31 december 2025 |
Aflossingsverplichting 2026 |
Resterende looptijd > 5 jaar |
| Schulden aan banken |
110.343 |
5.571 |
84.647 |
| Verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden |
3.868 |
0 |
0 |
| Overige schulden |
3.313 |
0 |
0 |
| |
117.524 |
5.571 |
84.647 |
Aflossingsverplichtingen binnen 12 maanden na afloop van het boekjaar zoals hierboven toegelicht zijn opgenomen onder de schulden op korte termijn.
9.1 Schulden aan banken
| |
2025 |
2024 |
| Stand per 1 januari (lang- en kortlopend) |
103.140 |
98.959 |
| Bij: nieuwe leningen |
15.000 |
11.500 |
| |
118.140 |
110.459 |
| Af: aflossingen |
-7.735 |
-7.257 |
| Af: mutatie Vestia lening |
-62 |
-62 |
| Stand per 31 december (lang- en kortlopend) |
110.343 |
103.140 |
| Waarvan opgenomen onder schulden op korte termijn |
5.571 |
7.797 |
| Waarvan opgenomen onder schulden op lange termijn |
104.772 |
95.343 |
Deze vastrentende leningen hebben de volgende kenmerken:
| |
2025 |
2024 |
| Gemiddelde rente |
2,27% |
2,25% |
| Gemiddelde looptijd |
14,04 jaar |
12,7 jaar |
| Contante waarde schuldrestant + lopende rente |
108.620 |
101.342 |
| WSW-borging |
107.454 |
100.047 |
De marktwaarde van de leningen (excl. opgelopen rente) bedraagt per 31 december 2025 € 94.110.000 (2024: € 92.860.000). De markwaarde van de leningen is de waarde van de leningen, waarbij de toekomstige aflossingsverplichtingen contant gemaakt zijn tegen actuele rentetarieven.
9.2 Verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden
| |
2025 |
2024 |
| Stand per 1 januari |
|
|
| Terugkoopverplichting ontstaan bij overdracht |
1.997 |
2.139 |
| Verminderingen/vermeerderingen na overdracht |
1.696 |
1.499 |
| Schuld per 1 januari |
3.693 |
3.638 |
| |
|
|
| Mutaties |
|
|
| Desinvestering |
0 |
-142 |
| Waardeverandering |
175 |
197 |
| |
175 |
55 |
| Stand per 31 december |
|
|
| Terugkoopverplichting ontstaan bij overdracht |
1.997 |
1.997 |
| Verminderingen/vermeerderingen na overdracht |
1.871 |
1.696 |
| Schuld per 31 december |
3.868 |
3.693 |
De verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden heeft betrekking op 14 objecten (2024: 14 objecten).
9.3 Overige schulden
| |
2025 |
2024 |
| Lening o/g |
3.313 |
3.297 |
| |
3.313 |
3.297 |
De lening o/g betreft een vooruitbetaalde huur van in totaal € 2.935.111 in 2011. Voor 50 jaren is de jaarlijkse onttrekking berekend, waarbij rekening is gehouden met een jaarlijkse rentebijschrijving van 5,25% en een huurstijging van 2%. De jaarlijkse onttrekking is tevens de berekende huur voor de komende 50 jaar.
10. Kortlopende schulden
| |
2025 |
2024 |
| Schulden aan banken |
5.571 |
7.797 |
| Schulden aan leveranciers en handelskredieten |
415 |
1.373 |
| Schulden ter zake van belastingen, premies van sociale verzekeringen en pensioenen |
2.084 |
2.427 |
| Overlopende passiva |
2.618 |
2.421 |
| |
10.688 |
14.018 |
Voor het in deze post opgenomen kortlopende deel van de schulden aan banken verwijzen wij naar de toelichting op de langlopende schulden.
Niet in de balans opgenomen rechten en verplichtingen
Obligo WSW
Met de ingang van het nieuwe WSW Reglement van Deelneming per 1 juli 2021 dient Viverion een obligolening aan te gaan. De obligolening is een faciliteit ter grootte van 2,6% van de geborgde leningenportefeuille ultimo voorgaand jaar. De hoofdsom wordt jaarlijks herzien. Per 31 december 2025 is de hoofdsom € 2.602.000 waarvan € nihil is getrokken. Het betreft een WSW geborgde lening, waar alleen op getrokken wordt op het moment dat het risicokapitaal van het WSW onvoldoende is.
Verplichtingen operationele leases
Ultimo boekjaar zijn de verplichtingen uit hoofde van operationele leases als volgt te specificeren:
| |
2025 |
2024 |
| Binnen een jaar |
55 |
67 |
| Tussen een jaar en vijf jaar |
79 |
122 |
| Meer dan vijf jaar |
0 |
0 |
Verplichtingen onderhoudscontracten
Viverion is voor 2026 voor ca. € 1.573.000 aan onderhoudscontracten aangegaan welke jaarlijks opzegbaar zijn.
Verplichtingen Projecten
Ultimo 2025 is er een verplichting voor 2026 van ca. € 4.364.000 aangegaan voor onderhoud- en verduurzamingsprojecten. Daarnaast is er een verplichting voor 2026 van ca. € 10.993.000 aangegaan voor de ontwikkeling van onroerende zaken bestemd voor exploitatie voor 3 projecten.
Volmacht WSW
Als onderpand voor de WSW geborgde leningen is in de dVi 2024 € 1.285 miljoen aan WOZ-waarde als onderpand ingezet. In 2013 is op verzoek van het WSW een volmacht afgegeven aan het WSW om hypotheekrecht te vestigen op het onderpand, in lijn met artikel 30 van het WSW reglement. Hierdoor kan het WSW bij eventueel niet-nakomen van betalingsverplichtingen door de corporatie direct hypotheekrecht vestigen zonder dat hiertoe vooraf formele bevestiging benodigd is van het bestuur en commissarissen.
Transacties verbonden partijen
Als verbonden partij worden aangemerkt alle rechtspersonen waarover overheersende zeggenschap, gezamenlijke zeggenschap of invloed van betekenis kan worden uitgeoefend. Ook de statutaire directieleden, andere sleutelfunctionarissen in het management, de Raad van Commissarissen en nauwe verwanten zijn verbonden partijen. De transacties met verbonden partijen hebben betrekking op intercompany leningen tussen de holding en haar dochtermaatschappijen en de hierop verschuldigde interest. Alle transacties met verbonden partijen geschieden op 'arms-length' basis. Nadere toelichting omtrent vorderingen op deelnemingen zijn te vinden in paragraaf 3 van de toelichting op de jaarrekening.
Gebeurtenissen na balansdatum
Tot en met de datum van opmaken op 19 juni 2026 van de jaarrekening 2025 hebben zich geen gebeurtenissen na balansdatum voorgedaan.